Dingetjes...

...Daar moet nog iets mee...
(© Ernst Koldenhof)

Ik schrijf zo nu en dan dus iets op. De meeste van die dingen vind je op mijn LinkedIn-profiel, maar hier heb ik ook wat uitgestald. Misschien vind je het leuk. Misschien niet. Hoe dan ook: veel plezier ermee!

Kronkelpaadje #19 : Amsterdamse fratsen

Afgelopen zomer was ik als gids mee met de Vrije Academie Summer School. Dat betekent ’s ochtends een college over een Amsterdams onderwerp en ’s middags op excursie. En dat een werkweek lang met leuke collega's en enthousiaste deelnemers. De onderwerpen sluiten aan bij het 750-jarig jubileum van de stad Amsterdam. De reisweek begint in het Vondelpark en gaat via de Indische Buurt, de AmsterdamseSchool in de Spaarndammerbuurt en de Zuidas naar Amsterdam Noord. Ik mocht me druk maken om het werk van Michel de Klerk, om het vervolgens af te zetten tegen de ‘fallussen van het grootkapitaal’ aan de Zuidas.

De betrokkenheid van MicheldeKlerk is overduidelijk in zijn drie bouwblokken in de Spaarndammerbuurt. Niet alleen moest het er aangenaam en modern wonen zijn, in zowel vorm als geest moest het de arbeider verheffen. De drie blokken zijn opgetrokken uit ouderwetse baksteen, ouderwets gelegd maar met de typische expressie van de kunstenaar-architect die Michel de Klerk was. Er zit geweldig veel textuur en definitie in de ambachtelijk gemetselde gevels, voor en door arbeiders. Groninger of IJsselklei geven de rode of gele kleur aan de stenen, met karakteristieke en authentieke handslagreliëfs. Geen twee stenen zijn hetzelfde. Hoe dichterbij, hoe mooier.

Om dat nog een handje te helpen heeft De Klerk allerlei patronen en uitstulpingen in het gevelwerk opgenomen — de typische Amsterdamse School exuberantie. En ook de interieurs waren tot op de centimeter van schoonheid en functie voorzien. In die volgorde. En dat is ook wat er volgens de stadmakers aan mankeerde. Want het was wel erg duur, dat fraaie ambachtswerk. Was het het waard? Inmiddels koestert Amsterdam haar vroege stedelijke uitbreidingen, maar de budgetten en de toewijding zijn er wel wat minder op geworden.

Zie Berlages Plan Zuid, in uitgeklede want goedkopere Amsterdamse School-stijl. Gesloten bouwblokken met binnentuinen moeten de arbeider zijn rust gunnen. Kunst is een integraal onderdeel van de leefruimte. Verder zuidwaarts wordt Buitenveldert strooksgewijs uitgebreid door Van Eesteren. Veel groen, rationele bouwvolumes, geen accent op kunst. Het moest efficiënt — ‘meten, rekenen, ordenen’ — want na de oorlog is er een gebrek aan alles.

En tussenin, rond het geïmproviseerde station Amsterdam-Zuid, komt in de 90s een zakendistrict. Het moet het tweede centrum van de stad worden. Beter bereikbaar, meer ruimte en Schiphol om de hoek. Maar hoe zit het met de leefbaarheid? De Zuidas is een in hoge mate geprivatiseerde omgeving. Groen is er slechts achter de hekken, voor particulier genot. Wonen is er exclusief. De torens zijn stuk voor stuk kunstwerken, bedoeld om af te steken tegen de buurman. Alles is prefab, met dank aan baksteenboeren Hagemeister GmbH & Co. KG - steenfabriek en wienerberger. Deze gebouwen hebben geen ziel maar een schil. Hoe dichterbij, hoe lelijker...

Bjorn de Leeuw © 29-08-2025


Kronkelpaadje #18 : Rotterdams wonen

Nee, het is nog niet helemaal over met de oorlogshandelingen-kronkelpaadjes. Vorige week keken we even in de ondergrondsen van Arthur Seyss-Inquart, ter gelegenheid van de openstelling van zijn Apeldoornse schuilkelder en de verkoop van zijn Haagse bunkerboerderij. Vandaag moeten we het dan toch even over Rotterdam hebben.

Het moderne Rotterdam werd geboren op 14 mei 1940, toen het Duitse bombardement de middeleeuwse stad van de kaart veegde. Je kunt met recht stellen dat wat je aan moderne architectuur en stedenbouw aan de Nieuwe Maas treft het resultaat is van oorlogshandelingen. Maar de vernietiging is wel een handje geholpen. Het mantra 'niet lullen maar poetsen' is propaganda voor de efficiënte havenstad zoals die door de architecten van de Wederopbouw werd bedacht, wars van nostalgisch sentiment. Illustere lobbyclubs als ClubRotterdam, geleid door de captains of industry, maakten van de stad een machine.

In zo'n stad staan geen huizen, maar 'woonproducten'. Neem bijvoorbeeld woontoren OurDomain aan de Blaak, een idee van internationale vastgoedreus Greystar. Op een kaveltje van 900m² is in 2022 ruim 30.000m² woonoppervlak gerealiseerd. De bewoners van de 612 appartementen over 24 verdiepingen hebben alles intern: eten, drinken, sport, ontspanning en gedeelde stofzuigers.

Voor een kleine €1000 all-in kun je al terecht op 22m². Maar er zijn eisen. Je moet een maatschappelijk beroep uitoefenen of minimaal een HBO-studie doen en je mag niet ouder zijn dan 27. De maximale huurtermijn is 5 jaar, de lawaaierige kant van het pand is voor korter verblijvende expats. Zo omzeilt Greystar de geluidsnormen.

Woonproduct OurDomain is de meest efficiënte en lucratieve invulling van zowel het kavel als de contouren van de 'Rotterdamwet', officieel de 'Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek'. Dat moet de concentratie van lage inkomens voorkomen, maar feitelijk is het discriminatie op de woningmarkt. Dat maakt de stad op papier heel aantrekkelijk voor de (internationale) markt, maar woningnodenden hebben het nakijken.

En dan de oorlogshandelingen. Die zie je terug op de gevel van OurDomain. De aluminium platen tonen een geabstraheerd tafereel van verwoesting, waarmee architect TANGRAM Architekten naar het bombardement wil verwijzen waaruit Rotterdam is geboren. Maar het rechtenvrije bronmateriaal toont de Waalhaven, 5 kilometer verderop, in 1944. Toen pleegden de Duitsers vernielingen om de oprukkende geallieerden dwars te zitten. 'Van de verwoestingen in het stadshart van Rotterdam die kort na het bombardement is genomen' is dus geen sprake. Gewiekst, goedkoop en zuivere marketing.

Op de gevel werden in 2022 de 1150 namen van de slachtoffers van het bombardement geprojecteerd, als eerbetoon. Namen van mensen van bescheiden afkomst, met bescheiden banen. Mensen die van zijn levensdagen niet in dit woonproduct hadden kunnen komen wonen...

What's VINEXt?

Bjorn de Leeuw © 22-08-2025


Kronkelpaadje #17 : Foute gebouwen

Wat een hitte hè, mensen? Het is wurmen en kronkelen naar verlossing van die 'magistraaaaaaaaaale straaaaalende zonnnnnn!' In de reeks Kronkelpaadjes duiken we daarom onder () het maaiveld.

Geheel in lijn met het thema van Kronkelpaadje 16 — 'foute' architecten — vervolgt de oorlogsretoriek met de Apeldoornse schuilkelder van Arthur Seyss-Inquart. Benieuwd naar de behaaglijke ondergrondse aan de Loolaan 554? Je kunt erin! De jubileumzomer van 80 jaar vrijheid was er elke eerste zondag van de maand een gratis rondleiding. Aanstaande 7 september is de laatste kans om de hete adem van de geallieerden, ehh, de koperen ploert te ontvluchten. Wil je mee? Meld je even bij het CODA Apeldoorn.

Zes-en-een-kwart, zoals de oppernazi tersluiks genoemd werd, liet zijn commandocentrum in 1943 uit Den Haag verplaatsen naar het lommerrijke en minder in het schootsveld van de Atlantikwall gelegen Apeldoorn. De als boerderij vermomde Haagse bunker bezijden park Clingendael is overigens eveneens beschikbaar! Het Rijksvastgoedbedrijf gooit na decennia de handdoek in de ring en stoot de betonnen kolos van 61 bij 30 bij 20 meter af. Ook hier zal het wel lekker koel zijn, want de Haagse bunker is op alle mogelijke manieren beschermd tegen bedreigingen van buiten — en daar reken ik de zon toe.

⌛ Eigenlijk is het al te laat: geïnteresseerden moesten hun visies en bewijsstukken van goede bedoelingen uiterlijk 27 juni inleveren bij de notaris. 29 september volgen de uitnodigingen en van eventuele verkoop aan een nog als geschikt te beoordelen kandidaat zal pas in februari 2026 sprake zijn. Maar dan kun je wel Escape from Clingendael spelen! Dat is alleszins de vrees. Het CIDI hoopt dat de toekomstige uitbater geen bommetje gaat leggen onder de grote historische waarde van het complex. Wat dan wel? Een selectiecommissie buigt zich erover, maar grootschalige horeca of plat amusement is uit den boze. Misschien een kunstuiting?

Vergangenheitsbewältigung: de sokkel van Zadkine's 'De Verwoeste Stad', op het Rotterdamse Plein 1940, was naar verluidt bedoeld voor een Hitler-beeld in Berlijn. Tenminste, de stenen zijn daartoe in 1943 door Rotterdammers gehakt.

En in het kader van Wiedergutmachung en transparantie zaagde RAAAF Bunker 599 aan de Diefdijk in Culemborg door. Het gebouwtje uit 1940 werd een kekke fotolocatie en geocaching hotspot. 25 september viert het zijn 3e lustrum!

Je kunt alle kanten op met beladen erfgoed. Vrienden, die liefst anoniem blijven, betrokken enkele jaren geleden de Molenhof aan de Buurmalsense kant van de Linge. Archiefmateriaal bewijst dat een vorige bewoner er NSB-sympathieën op nahield. Dat staat het woongenot in het ronde torenhuis uit 1930 niet in de weg. De kelder is heerlijk koel en met de nieuwe dakisolatie blijven alle 5 verdiepingen beschermd tegen deze verzengende hitte.

Donderdag een buitje en vrijdag, dan zien we wel weer. En anders kijken we wel even.

Bjorn de Leeuw © 15-08-2025


Kronkelpaadje #16 : Sturm und Drang!

Het beladen erfgoed van #15 kreeg een interessant zijpaadje, afgelopen week! De altijd formidabele Martjan Kuit kwam aanwaaien met architecte Margaret Staal en haar magistrale villa in Bergen. Toen ik iets opmerkte over de scheve oorlogsschaatsen van haar broer, Alexander Kropholler, gaf Hans Kaashoek me de wind van voren!

Terecht of niet, Hans kwam op een goed moment. Ik was nog beradende op de precieze inhoud van Kronkelpaadje 16 en overwoog oorlogsgebouwen. De Atlantikwall? De bunker van Seyss-Inquart? Foute architecten? Hans gaf me een directe aanleiding om nog eens in Kropholler te duiken. Want zat ik er nou helemaal naast, met die nazi-sympathieën? Of bedoelt Hans dat Margaret de misstappen van haar broer niet verweten mag worden? Of dat het onsmakelijk is om schoonheid te bezoedelen met politiek?

Herman Van Bergeijk schrijft in zijn monografie over Kropholler dat hij vooral ‘naïef en opportunistisch’ was, niet te kwader trouw. Yvonne van Mil, die het boek besprak in Bulletin KNOB, vindt dat Kropholler harder mag worden aangepakt, conform de heersende afrekencultuur.

Hans benadrukt hoe belangrijk het is dat we het hierover hebben en dat de zaken niet zo zwart-wit zijn als we denken. Je moest pragmatisch zijn, in die oorlogsjaren. In Krophollers eigen Haagse Vogelwijk was de NSB in de jaren ’30 tamelijk populair. Je wist maar nooit... En Kropholler deed actief mee. In zijn publicaties liet hij zich laatdunkend uit over de democratie en de ontwerpen van collegae Oud en Dudok: ‘Onnatuurlijk!’

Dudok verzette zich tegen de bezetter. Oud schreef zich in bij de Kultuurkamer, om lijfsbehoud, en hield het daarbij. Maar Hendrik Wijdeveld en Mart Jansen spanden zich actief in om de Nieuwe Orde te verwerkelijken. Utopist Wijdeveld had er zin an, maar kwam niet tot bouwen.

Mart Jansen zijn werk voor de NSB staat nog altijd! Hij bouwde het Nationaal Tehuis op de Goudsberg in Lunteren: de Muur van Mussert. Sinds 2018 is het een monument en het zou gerestaureerd gaan worden. Daar is echter nog geen sprake van. Ook de website (https://muurvanmussert.nl/) is er nog niet klaar voor.

Jan Wils, architect van het Olympisch Stadion in Amsterdam, bleef ondanks zijn bewondering voor Kropholler uit de wind. Bij het stadion liet hij in 1928 een beeld van een groetende sportman plaatsen. Het bleek akelig passend, onder de bezetter: de olympische groet heeft nogal veel weg van de Hitlergroet. Inmiddels staat de Sportman binnen, om gedoe te voorkomen.

Zo werd beladen erfgoed preventief geruimd, want de waan van de dag kan je zomaar in je kont bijten. Blijft de vraag: afrekenen met 'fout' of schoonheid boven politiek? Misschien is het dan toch tijd voor wat romantiek in de VINEX.

Ideetje voor volgende week?

Bjorn de Leeuw © 08-08-2025


Kronkelpaadje #15 : Beladen erfgoed

⌛ ‘The past is a foreign country; they do things differently there.’

Kronkelpaadjes aflevering 15 kronkelt langs verraderlijke chicanes in de openbare ruimte, of waar Nederland in haar herinneringscultuur uit de spreekwoordelijke bocht vliegt.

Vorige week rondden we af met het monument voor de Goudse gebroeders De Houtman, ter herinnering aan de Eerste Schipvaart. Daar kwam de inmiddels betreurde koloniale wereldhandel mee op gang. Volgens sommigen moet het weg. Wat te doen met de herauten van een cultuur die niet past in de huidige opvattingen?

In landen waar radicalere politieke winden waaien worden beelden omver getrokken. Dat kan grote symbolische waarde hebben, maar heeft het nageslacht er iets aan? In het Duits bestaat het onderscheid tussen Denkmal en Mahnmal. Het éne is ter meerdere eer en glorie, het andere een waarschuwing. Bekroningen en littekens, beide hebben hun functie in het (her)vertellen van de culturele geschiedenis. Een held voor de één, een schurk voor de ander.

Je kunt de geschiedenis niet veranderen, maar je kunt wel je battles picken. Wil je de Slager van Banda op een sokkel zetten, dan zul je je er ook voor moeten verantwoorden. Het gevolg is een royale plaquette met uitleg en een QR-code.

J.P. Coen werd het symbool voor omstreden monumenten, of iets ambtelijker verwoord: ‘beladen erfgoed’. Van Alphen aan den Rijn tot Zevenaar heeft Coen twintig tunnels, hoven, lanen, bruggen, pleinen, paden en straten naar zich vernoemd gekregen. Zijn beeld in Hoorn werd de inzet van de discussie tot hoe ver de eer strekt.

Bedenkelijke politieke beelden uitventen kan onder bepaalde voorwaarden, bijvoorbeeld als je kunst maakt of een ludieke boodschap wil brengen. In het Groningse Tjuchem staat een negen meter hoge Lenin, door Henk Koop uit Merseburg gehaald als anti-communistisch Mahnmal, later inzet tegen onderdrukkende Brusselse bureaucratie. Heel grappig, als je niet daadwerkelijk onder de communistische knoet hebt geleefd.

In het Wilhelminapark in Tilburg staat Peerke Donders — de ‘Glorie van Tilburg’ — ten voeten uit een geknielde creoolse lepralijder de hand op te leggen en het kruis te wijzen. In Suriname bracht Peerke namelijk het Geloof, ondanks de gezondheidsrisico’s. Er gaat van dit beeld een behoorlijk kolonialistische gedachte uit: Peerke brengt de mindere mensen de middelen om meer te worden, maar nooit door de ketenen van de slavernij te breken. ‘In die tijd was een dergelijke verbeelding gebruikelijk,’ leest het pseudo-apologetische bijschrift. Dat is alsof je Jeroen Krabbé hoort zeggen dat Gauguin best met een twaalfjarig meisje het bed mocht delen.

Wat moeten we er nu mee? Beladen erfgoed herinnert ons eraan dat het verleden een vreemd land is. En het is onvoorspelbaar... Volgende week méér omstredens!

Bjorn de Leeuw © 01-08-2025


Kronkelpaadje #14 : Van 't padje

Jullie hebben me natuurlijk gemist, vorige week. Dat zit zo: ik was de weg kwijt. Ik ben al kronkelend van koers geraakt en verzwolgen door ’s lands infrastructuur. Het heeft me behoorlijk van de straat gehouden. Klaar voor straatnamenbingo?

Het begon allemaal in de Dordtse Blindeliedengasthuissteeg, met 25 letters de op één na langste aaneengeschreven straatnaam van Nederland. Na de Zaanse Haaldersbroekerdwarsstraat, een onaanzienlijk straatje van nog geen 200 meter maar 26 letters lang. Dordrecht maakte van de straat een steeg , leverde één letter in én bijgevolg de eerste plaats. Revanche kwam met de Eb, ook in Dordt, dat de kortste straatnaam van Nederland moest zijn…

???? Ottoland likes a word. Daar vinden we de A en de B. Raadpleging ter plaatse leert dat de straatnaam op de bordjes niet korter wordt dan A-even of B-even: 6 tekens waarvan 1 streepje. En dan is er nog de E in Zuidlaren, maar die staat nergens vermeld. Moderne adressoftware kan zulke namen niet aan, dus worden ze genegeerd.

Speciale tekens en spaties inclusief is de langste straatnaam in 2010 toegekend aan een onbewoond voetpad in Duiven. 'Laan van de landinrichtingscommissie Duiven-Westervoort' (55 tekens) staat over 2 meter 60 uitgeschreven, op een met dikke bouten en lijm gezekerd bord. Straatnaamborden doen het goed in proletarisch aangelegde verzamelingen. Hiermee zakt de Ir. Mr. Dr. van Waterschoot van der Grachtstraat in Heerlen naar de tweede plaats, dat zelfs in afgekorte vorm met 48 karakters de langste was.

De Halverwege, die vind je in Alphen aan den Rijn.

Ook in Heerlen: de Nummer II-Straat. Maar geen Nummer I. In het Friese Indijk hadden ze wel nummers maar geen straatnaam. Dus heeft de lokale straat de prozaïsche naam Nummer gekregen.

De Halve Roe, de Tweederdeweg, de Anderhalve Morgen, de 24 Bunder, de 82e Laan, de 300 Roedenlaan, de Driehondermeterweg, het 743rd Tank Battalionpad en in Bodegraven eindigt de Johan de Wittstraat in de 1672 Laan. Tellen kan tot aan de Biljoenstraat.

Vernoemen, dat is riskant. Oorlogspaus Pius XI kreeg geen straat, want fascisme. Burgemeester Van Baar moet per 2026 uit het Volendamse stratenboek omdat ook hij zijn huik naar de anti-Joodse wind liet hangen. Drie Wierdense straatjes waar veel Molukkers wonen zijn in 2011 hernoemd naar Molukse vrijheidsstrijders. Gouds Raadslid Sandra Brouwer ziet alle koloniale ‘helden’ liefst uit het straatbeeld verdwijnen, maar de gemeente besliste dat het Houtmansplantsoen zo blijft heten.

Straatnamenfan René Dings schrijft dat het ‘niet handig [is] om straatnamen aan te passen onder invloed van modetrends of een opleving in politieke discussies.’ Zo blijf je aan de gang. Dat brengt ons wel bij de vraag hoe om te gaan met beladen erfgoed in het straatbeeld.

Daarover meer in Kronkelpaadje 15!

Bjorn de Leeuw © 25-07-2025


Kronkelpaadje #13 : Zoals het nooit geweest is

Deel 13 in de reeks Kronkelpaadjes leidt langs bedachte zaken uit een niet bestaand verleden. Sporen van een wereld die er nooit was. Wat moet je je daarbij voorstellen? Denk aan schijnruïnes, pretparken, geschiedsvervalsing. We noemen deze constructies 'follies', naar het Engelse woord voor gek of dwaasheid. Architectuur met een ludiek doel.

Klein bruggetje naar de spolia van vorige week. In Dordrecht werd in de jaren ’60 en ’70 flink gesaneerd, ten gunste van parkeerruimte. Het huidige Statenplein is het resultaat van die opruimwoede. De nalatenschap van deze kaalslag vind je vandaag de dag bijvoorbeeld aan de Hofstraat, pal om de hoek. Daar verlenen vijf oude geveltjes het straatje een historische aanblik, ware het niet dat die huizen er pas in 1973 zijn neergezet. VVD-coryfee Harm van Riel zei destijds bij de opening: ‘Dus nu is alles weer precies zoals het nooit geweest is?’ Leuk voor het aangezicht, maar historisch geenszins.

Zo kom je tot architectuur die een hoge vermaakswaarde heeft. Lolligheid. Een dwaling, zou de rechtgeaarde historicus zeggen. Dwaasheid zelfs. Oftewel: folly. Dergelijke sporen van een fictieve geschiedenis vind je in alle Hollandse stadjes, en soms ook in hele nieuwe.

Zie de ruïne van Kasteel Almere. Oud-wethouder Cees van Bemmel bedacht het als een Almeerder trouwlocatie. Het werd een fiasco. Al bijna een kwart eeuw staat het ding stof te verzamelen in het groen buiten Almere Haven. Maar inmiddels is er beweging! Van de nog te bouwen wijk Kasteeltuin, een verzonnen vestingstadje, moet het kasteel het middelpunt gaan vormen. Je waant je in een pretpark.

Leuk spolia-detail: het betonnen casco van het kasteel moest worden omkleed met échte middeleeuwse kloostermoppen van Hongaarse kasteelruïnes! De 700.000 aangevoerde exemplaren zijn inmiddels weg — wie weet waar die een tweede (derde, vierde?) leven gaan krijgen.

Wormgat: De wiki van Kasteel Almere leidt via het lemma ‘hedendaagse ruïne’ en ‘Grote nutteloze werken’ naar het Franse ‘GrandsTravauxInutiles’, wat weer de inspiratie is voor de Nederlandse SNUPs. Dus ja, het Kasteel is eigenlijk een SNUP, maar ééntje van een speciale klasse, namelijk de romantische onvoltooide.

Moderne architectuur is rationeel en marktgedreven. Folly’s zijn aanjagers van de verbeelding. Denk aan pannenkoekhuis Hans en Grietje in Zeewolde. Of de sprookjesachtige Lourdesgrot in Susteren. Op het Wassenaarse Duindigt staat een schijnruïne, net als in Olst. En in Winkel staat een Kremlin. En de grote klapper: Kasteel de Haar van Pierre Cuypers.

Hedendaagse follies van Studio Volop vind je langs de N361 bij Wehe-Den Hoorn en Mensingeweer. In 2024 zijn bakstenen kunstwerken onthuld die een ode brengen aan het plaatselijke bouwmateriaal, met een knipoog naar de Amsterdamse School.

Bjorn de Leeuw © 11-07-2025


Kronkelpaadje #12 : Spolia

'De twaalfde is van niets de eindconclusie' schreef Gerrit Komrij in 1968 al. Het dozijnste van de Kronkelpaadjes gaat verder met Sporen van Ooit Uitgevoerde Projecten: sloopafval.

Slopen is een manier van bouwmateriaal genereren. De Romeinen deden het al. Om de herinnering aan een voorganger weg te nemen, bijvoorbeeld: damnatiomemoriae. Bouwfragmenten werden naar behoefte verwerkt in nieuwe constructies, en zo werd de geschiedenis herschreven. Het sloopmateriaal noemt men spolia: ‘spoils’, restanten of buit.

Vorige week eindigde met een Latijnse spreuk. Het betreft de inscriptie die dienst deed als uitleg van wat er zoal op de Franeker Latijnse school te leren viel. ‘Meer dan de steen toelaat’ luidt de vertaling. De school is weg. Wat er nog aan herinnert is de straatnaam — Schoolsteeg — en de steen, die als een ornament in een nieuw gebouw is gezet. Een stukje bouwafval ter lering ende vermaak, dus.

Toen op 14 mei 1940 de bommen op Rotterdam vielen leverde dat een enorme hoeveelheid puin op. Puin dat als dankbaar vulsel van een gat in de dijk rond de Noordoostpolder werd toegepast. In die dijk vinden we vandaag nog de 'Rotterdamse Hoek', opgeluisterd met werk van Jules Deelder. Datzelfde puin is ter verharding toegepast op bospaden benoorden Steenwijk. In het pad vind je nog genoeg dakpannen van het oude Rotterdam.

De Muidense Zuiderzeedijk, nog iets zuidelijker, is in 1735 verstevigd met stenen van het kasteel van Culemborg. Van dat kasteel resteert slechts één muur, nadat het ontmanteld is vanwege verval en gebrek aan noodzaak. Ook de Culemborgse stadsmuur vond een nieuwe toepassing in stenen muren van lokale huizen.

In de Haarlemse wijk Schalkwijk markeert de oude spits van de in 1983 gesloopte Spaarnekerk de lokale FEBO. Een stukje trappenhuis aan het Spaarne is eveneens lokaal bewaard en ook wat glas-in-lood is terug te vinden in een café op de Grote Markt.

Het mooiste gebruik van spolia moet wel het Fragmentengebouw van het Rijksmuseum zijn. Hoewel, mooi… Wies van Leeuwen noemt het ‘educatieve roofzucht’ waar architect Cuypers zich aan vergreep. Die schuimde het land af op zoek naar 'restanten allerlei' om een vleugel van het museum mee op te tuigen en in te richten.

De werkwijze van Cuypers was niet heel anders dan die van de capriccio-schilders uit de 19e eeuw. Elders geraapte fragmenten kwamen samen in een ‘stenen landschap’. Het Fragmentengebouw bestaat uit delen van gesloopte gebouwen in Franeker, Rotterdam, Gorinchem, DenHaag, Delft en Breda. Een waar spolia paradijs.

De cirkel sluit zich. Van geschilderde fantasieën via afvallige sporen van (n)ooit gerealiseerde projecten terug bij stenen fantasieën. Wat nog ontbreekt zijn de vervalsingen die overtuigingskracht moeten geven aan de illusie van een nooit bestaand verleden. 'Si non e vero e ben trovato.' Dat geldt zeker voor ons kronkelpaadje van volgende week: dingen die nooit bestonden maar wel bedacht zijn.

Bjorn de Leeuw © 04-07-2025


Kronkelpaadje #11 : Heden SOUPs

Kronkelpaadje XI — SOUPs, of: Sporen van Ooit Uitgevoerde Projecten.

Er is in Nederland genoeg onvoltooid gebleven, zo zagen we de afgelopen twee Kronkelpaadjes. Maar er zijn ook zaken voltooid verleden tijd. Ook die hebben hun sporen nagelaten.

Buiten Marknesse, in het nieuwe land van de Noordoostpolder, ligt het Waterloopbos. Hier testten technici uit Delft sinds 1951 het gedrag van water in miniatuur proefopstellingen. Ze konden in 1953 gelijk aan de slag met de Deltawerken, in de zogenoemde deltagoot — tegenwoordig Deltawerk//. Het werk liep in de jaren ’80 flink terug en in 1996 verliet het Waterloopkundig Laboratorium de locatie. Het geprojecteerde bungalowpark kwam er niet. De bossige paadjes langs de miniaturen werden Natuurmonumenten. De ruïnes van de waterbouw bleven, werden kunst, en zijn nu stille Sporen van Ooit Uitgevoerde Projecten.

Dat pionierswerk in waterbouw moest Nederland droog houden, want water komt en neemt. Naast de talloze verdronken dorpen in Zeeland bijvoorbeeld het noordwesten van het oude Harderwijk. Bij een grote stadsbrand in 1503 zijn archiefstukken verloren gegaan, dus het blijft speculeren, maar het is niet onmogelijk dat een deel van de middeleeuwse stadskern ooit door de Zuiderzee verzwolgen is. Dat valt af te leiden aan het maffe stratenplan, dat aan de waterkant afgesneden lijkt. Wat gespaard bleef is afgeschermd met een stadsmuur en mettertijd versteend langs de lijnen van de oude, houten stad.

Oude Rijkswegen, ooit hoofdaders van vervoer, vinden we in het hele land. Bij Emmen ligt een Oude Rijksweg in redelijke staat bewaard. Bij het Oostereind in Erm liggen nog betonplaten met RONA-wegbelijning. De Richtlijn Ontwerp Niet-Autosnelwegen is inmiddels geüpdatet naar Duurzaam Veilig (DV). Met die kleurige streep in het midden. De weg is een monument, inclusief de inmiddels klassieke verkeersbordjes én de oude stijl beklinkerde op- en afrit met verkeerseilanden. Labeautéestdanslarue!

De Bosscheweg brengt automobilisten in een rechte lijn naar de Sint Petrusbasiliek in Boxtel. Handig met de auto, maar ook de spoorwegen leiden naar Boxtel. Tussen 1873 en 1950 passeerde hier de passagierstrein van Londen naar Sint-Petersburg! De sporen liggen nog langs de Keulsebaan. Het ‘Duitse lijntje’ verbond koning George V met zijn neven tsaar Nicolaas II en keizer Wilhelm II. Tegenwoordig is het een ‘ecologische verbindingszone’, of ‘dierensnelweg’.

Een ander Brabants spoorlijntje, de Langstraatspoorlijn van Den Bosch naar Lage Zwaluwe — bijgenaamd het halvezolenlijntje omdat het schoenlappers naar Waalwijk vervoerde — is tegenwoordig een zeer praktisch voet- en fietspad. Kaarsrecht passeert het bij Sprang-Capelle nog een écht perron. Brabant is een ware Fundgrube voor spoorzoekers.

En zo ken ik er nog wel een paar. Maar woorden schieten tekort: 'Ad reliquas hic ludus praeparat artes, quas spatium saxi dinumerare vetat.'

Bjorn de Leeuw © 27-06-2025


Kronkelpaadje #10 : Waterwerken van weleer

#Kronkelpaadjes voert verder over nooit aangelegde (water)wegen.

Cornelis Lely — die ook het eerste Rijkswegenplan voordroeg — bedacht in 1891 de Markerwaard. Land in plaats van water. Marken was eerder juist toneel van het te graven Goudriaankanaal, een waterweg dwars door het eiland. Kanalenkoning Willem I wilde de Amsterdamse vaart veilig stellen met een nieuwe aanvoerroute. Na twee jaar graven was de stekker er alweer uit. Te duur. Teveel weerstand. Wat resteert zijn de Ooster- en Zuidervaart, dwars door Marken. Sporen van nooit uitgevoerde waterwerken. En zo zijn er nog!

In 1502 bedacht hertog Karel van Gelre de Nieuwe Rijn, een afwatering van Wageningen naar de Zuiderzee. Vanaf kasteel Hulkestein aan de Zuiderzee ging het graven vijf kilometer landinwaarts, zestien meter breed en twee meter diep. Toen bleek ‘meenigerley moeulijkheid’ de uitvoering in de weg te staan. De boeren van Arkemheen gooiden het kanaal terstond dicht. Op natte dagen toont de geest van de Nieuwe Rijn zich in de drassige akkers benoorden Nijkerk. Verder naar het zuiden, aan de Flierweg, is een herinneringsplaats ingericht bij een rechte sloot.

In Groningen vinden we een niet-gegraven kanaal: het Meedenerdiep. Onder bruggekkies is Muntendam bekend van de ‘schaiveklabbe’, een zeldzame schuine overbrugging met één vrijstaande hameistijl. Maar dan ligt er toch water? Dat klopt, maar het Meedenerdiep is niet gegraven! Dit kanaal is het resultaat van opgeworpen kaderuggen waar het water tussendoor loopt. Presto: een niet-gegraven kanaal. Een vaarverbinding is het inmiddels ook niet meer, want de brug kan niet meer open.

En ook in Venlo heeft de internationale scheepvaart nooit echt voet aan de grond gekregen. Napoleon had de stad bedacht als knooppunt tussen Antwerpen en Neuss. Het GrandCanalduNord moest de Schelde met de Rijn verbinden, een directe vaarroute om de Hollandse zeehavens heen. Vanzelfsprekend staken de Hollanders daar een stokje voor. Jammer voor Venlo, goed voor Holland. In het Brabantse kerkdorp Beringe loopt de huidige Noordervaart dood. Beringe deed het er goed op, maar naar Venlo varen is er niet bij.

Voor in 1892 het Amsterdam-Rijnkanaal werd geopend moest je vanuit Utrecht via Dordrecht naar Den Bosch varen. Om die dure route te verkorten en bovendien stapelplaats Dordrecht te omzeilen werd in 1608 het plan opgevat om van Culemborg naar Zaltbommel te graven. Dat zou het armlastige Culemborg enorm helpen, ten koste van Dordrecht. Maar Graaf Floris van Pallandt laat zich door de Dordtenaren omkopen en ook deze verbinding komt erniet. De Culemborgse RondeHaven, die een bruisend economisch centrum moest worden, ligt als er nog altijd als een verlaten gat bij.

En zo zie je maar. Van het één komt het ander. Of soms juist niet. Grote plannen stranden in de weerbarstige werkelijkheid. De SNUPs in het landschap herinneren ons aan een wispelturige geschiedenis.

Volgende week iets heel anders: SOUPs!

Bjorn de Leeuw © 20-06-2025


Kronkelpaadje #9 : Grote Nutteloze Werken

Een pad langs de paden die hadden moeten komen: Kronkelpaadjes IX gaat langs SNUPs. (Sporen van Nooit Uitgevoerde Plannen)

Om het land goed bereisbaar te maken werd in 1906 al nagedacht over een landelijk net van hoofdwegen. In 1927 wordt het eerste Rijkswegenplan gepresenteerd. Over nieuwe en verbeterde wegen moest de auto overal kunnen komen. Tussen 1932 en 1984 worden zes Rijkswegenplannen opgesteld ten gunste van de nieuwe mobiliteit. Als land dat worstelt met het water zijn we van oudsher gewend om goede afspraken te maken en ruimte te reserveren, ook voor wegen.

Het na-oorlogse auto-optimisme kende zijn weerga niet. De snelweg leek de oplossing voor alles. Toch staan we in de file. Bijvoorbeeld tussen Rotterdam en Amsterdam. De ontsloten A4 en het aanstaand knooppunt Zestienhoven verlichten de druk. Al in 1927 bestond het idee om Rotterdam met Rijksweg A3 via Gouda met Amsterdam te verbinden. Op de Amsterdamse Zuidas is nog altijd te zien hoe een inmiddels bebouwd trechtervormig kavel — tussen de Van Leijenberghlaan en de Van Heenvlietlaan — de weg naar het zuiden vrij moest maken. Via satellietfoto's kun je tot bezuiden de A9 nog altijd de ruimtereservering volgen, over een sliert grond die nota bene De Afslag heet.

De plannen voor de A3 waren vergevorderd, tot de oliecrisis en milieubelangen roet in het eten gooiden. Het tracéstompje tussen Rotterdam en Gouda werd de A20. Het geprojecteerde zuidelijke uiteinde naar Dordrecht is de huidige N3. Het Groene Hart bleef gespaard. Gelukkig, zeggen we nu.

Een gekke ruime bocht in de A29 ligt klaar voor aansluiting op een eventueel door te trekken A4 tussen Pernis en Klaaswaal. Maar komen doet-ie er waarschijnlijk niet. SNUP. Net als het klaverblad dat knp Sabina moest worden, als aansluiting op het megalomane Plan 2000+, havenmetropool Grevelingenstad op Goeree Overflakkee. Kwam er (gelukkig?) niet.

De achtertuin van koningin Wilhelmina bleef gespaard. Rijksweg 50 moest in 1930 Apeldoorn met Zwolle verbinden. De weg zou strak langs PaleisHetLoo gaan, tot ongenoegen van de koningin. Die stak daar dus een stokje voor. Een verdacht krom stuk grasland, omzoomd met bomen, leidt vanaf de Wieselseweg pal naar het noorden. Bij de kruising met de Wieselse Kampweg liggen twee zandhopen: een nooit gerealiseerd viaduct dat nu dienst doet als hondenuitlaatplaats en mountainbikepad.

De maffe oude afslag Hilversum verraadt een complexe verbinding met de nooit gerealiseerde Rijksweg A80. Een inmiddels opgeruimde SNUP. De Ossendonk in de polder bij het Oost-Brabantse Ravenstein is een verdachte flauwe bocht tussen rechte polderwegen. Op oude kaarten staat hier nog een verlengde A59 ingetekend.

Er is veel meer. Een mooi overzicht van het geplande Nederland dat er (vooralsnog) niet kwam vind je hier: https://lnkd.in/gywz-2Uz.

SNUPS zijn omvangrijk genoeg voor een eigen reeks. Misschien in de toekomst. Ruimte gereserveerd. For future reference.

Bjorn de Leeuw © 13-06-2025


Kronkelpaadje #8 : Manufactured landscapes

Kronkelpaadjes nummer 8 slaat een nieuwe weg in. Met het diepte- en het hoogtepunt en de verste uithoeken van ons vasteland is de omvang van ons werkveld bepaald. Nu gaat de reis naar binnen. We beginnen klein, maar vergis je niet!

We verlaten de westelijkste grenspaal in het Zeeuws-Vlaamse SintAnnaterMuiden en verplaatsen ons een steenworp naar het stadscentrum. Ondanks de magere oogst van 45 zielen is Sint Anna ter Muiden namelijk wel degelijk een stad. Van een roemruchte geschiedenis in de vuurlinie resteert nog de kerktoren, die ooit tot een gotische kruiskerk heeft behoord. De romptoren is het haakje voor een nieuwe verkenning.

Rewind! In augustus 2018 tref ik in een hotel in Tallinn een typisch Hollands stadsgezicht in olieverf. Mijn geografisch-historische verkenningen zijn dan nog niet zo obsessief als vandaag. Toch treft het tafereel me. Hoe komt een Hollands stadje aan een Estse muur? Ik wil weten naar welke plaats ik kijk. Waarom daar? Ik duik in de (virtuele) boeken!

Ik bevraag freaks, nerds en andere mafketels in mijn omgeving — ik ken er een paar — om de locatie te vinden. Sint Anna ter Muiden is de eerste suggestie. Lijkt erop. Is het niet. Woudrichem wordt genoemd. Maar de details zitten dwars. Brielle is nog de beste gok. Maar de situatie past niet.

Wat ik in 2018 nog niet weet — ook al heb ik een bachelor Kunstgeschiedenis op zak — is dat er zoiets bestaat als een fantasielandschap. In het Italiaans: een capriccio. Natuurlijk, je kunt iets bedenken. Maar een capriccio is geraffineerder. Het is een samenstelling van bestaande elementen in een nieuw geheel. En dat geldt ook voor dit landschap.

Willem Koekkoek (1839-1895) maakt in zijn tijd heel wat bedachte landschappen. Hij bouwt decors van wat hij om zich heen ziet. En Koekkoek is niet alleen. Talloze tijdgenoten fantaseren geschilderde stadsgezichten bij elkaar. En dat in soms bedrieglijk realistische stijl. De reden? Afnemers smullen van Hollandse plaatjes. In het Baltische gebied zal het ze een worst wezen naar welk straatje ze kijken. Het zijn romantische schilderijen in de puurste zin: bedenksels van een betere wereld, opgetrokken uit beschikbare bouwsels.

Jan Weissenbruch (1822-1880) vervalst het negentiende eeuwse Culemborg naar het idyllische landleven van de paupers. Moderne elementen worden gezuiverd, leve het verval! Dat is leuk om naar te kijken, maar het is niet de echte wereld. De geschiedenis wordt hier in geest begrepen als een romantisch verlangen, niet in de feiten.

Daarom is het zo komisch dat architect Jan van der Eerden de restauratie van een hoekje Woudrichem op een tafereel van Koekkoek baseert. Daarmee is de vervalsing werkelijkheid geworden. Life imitating art. Maar dat weet dit leven niet van zichzelf.

De portee? Wees op je hoede. Vertrouw niet alléén op je ogen. Volgende week? meer dingen die er nooit geweest zijn!

Bjorn de Leeuw © 06-06-2025


Kronkelpaadje #7 : Go West

Kronkelpaadjes VII voert naar het vierde en voorlopig laatste uiteinde op het Nederlandse vasteland: going West.

Vanaf GP12 is dat varkentje het vlotst gewassen via vreemde grond. Door de Voerstreek, ingeklemd tussen Duits- en Franstalige terroir, waar Nederlands niet tot ieders genoegen de voertaal is. Langs Luik, een vurige stede die je ten lange leste toch beminnen wil. De oude Romeinse Via Belgica leidt langs Tongeren, genoemd naar de oer-Belgen die als Tungri de annalen ingingen. Het standbeeld van Ambiorix op de Grote Markt herinnert aan de rebelse dagen van weleer, een sentiment dat zich nu nog slechts in de taalstrijd toont.

Bij Leuven begint de Vlaamse Ruit, het dichtbevolkte epicentrum van de Vlaamse cultuur en tevens thuis van twee mogelijke doorsteken naar het westen: de beruchte Brusselse R0 en de niet minder beruchte R1 van Antwerpen, beide hoog in congestie want onderdeel van de E19 van Amsterdam naar Parijs. Doorsteken via de Anale Driehoek (Kontich-Aartselaar-Reet) is het alternatief.

Maar.... moedwillig aanschuiven op het Vlaamse (asfalt)beton is een brug te ver. Dus gaan via Maastricht, langs Klein Ternaaien. In 2018 werd Limburg hier tien hectare groter. Landruil was een praktische oplossing voor geografisch ongemak dat was ontstaat met het rechttrekken van de Maas in de jaren ’70. Een schiereilandje in het Grindgat Oost-Maarland bleek onbereikbaar voor Belgische handhavers, dus werd de grens verlegd.

De grensroute binnendoor leidt bij voorkeur over de Pater Sangersbrug bij Maaseik (BE) om via de N78 bij Neeritter te repatriëren. Benoorden Poppel treffen we het Aardse Paradijs. Dat dacht alleszins Jan van Gorp van der Beke, die er in 1519 geboren werd. 'Goropius Becanus' dacht dat Adam en Eva dus Nederlands spraken. Zijn gelatiniseerde toponiem is nog altijd een pejoratief voor al te vrijelijk etymologiseren.

Dan: de Baarles. Eén van de Nassaus (uit Breda) en één van de Hertog (van Brabant). Deze bilaterale lappendeken is het gevolg van de Belgische onafhankelijkheid in 1831. In Schengen-tijden lijkt de grens niet meer dan een markering in het straatwerk, maar corona heeft het winkelgebied ‘verscheurd’. De lokale Zeeman verkocht alleen in België onderbroeken.

Een kwartiertje verderop ligt het uiterste noorden van België. Ook hier is de overgang in het straatwerk te herkennen. Op 23 juli 2020 is de plek ludiek opgeluisterd door Tom Waes, die u kent van een akkefietje in een tunnel die we vandaag niet hoeven te nemen.

We laten Antwerpen links liggen en nemen de A58 richting Vlissingen naar de sinds dit jaar tolvrije Westerscheldetunnel. In Terneuzen komen we heus nog eens terug om het stadhuis te bekijken. Dat geldt ook voor de mossels van Philippine en de Eiffeltoren van IJzendijke. Wat we zoeken ligt achter Sint Anna ter Muiden, gemeente Sluis: GP360.

En dat is hoe the West was won! Al in zeven kronkelpaadjes. Millers Magic Seven. Wat nu…? Tipje: het vervolg ligt op 200 meter. Tot straks!

Bjorn de Leeuw © 30-05-2025


Kronkelpaadje #6 : Nao 't zuuje

De overspanning van het oostelijkst naar zuidelijkst is een behoorlijke reis. Als we niet fietsen of lopen kunnen met de trein met de auto. De treinreis Bad Nieuweschans - Heerlen (plus een stukje fietsen door het Limburgse heuvelland) is een artikel op zich, dat past hier niet. Kort en goed is het ruim 5 uur stressen of je al je vier krappe overstappen wel gaat halen en of er een OV-fiets beschikbaar zal zijn.

In plaats van deze helletocht suggereer ik een hypothetische autorit. Vanaf het oostelijkste punt is dat door Duitsland redelijk vlot te doen. Bundesautobahn 31 ligt op 10 minuten rijden en brengt je in een nagenoeg rechte lijn naar het Ruhrgebiet. Vandaar pak je de 2, 3, 52, 44, 57, 46, 44 en 4 naar de ring van Aken en vervolgens de Nederlandse grens bij Vaals — déja vu! — om dan slechts 2,8 kilometer door Nederland te rijden. Via het Waalse Gemmenich, parallel aan de Zuid-Limburgse grens, sta je na 7,6 kilometer bij Grenspaal 12.

Maar dan ga je dus wel door Duitsland, en deze kronkelpaadjes hebben Nederland als onderwerp. Dus stel ik een autorit door oostelijk Nederland voor. Een mooi stukje rijden! Je rijdt door de Rode Driehoek, Blauwestad, het grauwe Winschoten en de Pekela’s naar de N34: de Hunebed Highway.

Bij Borger moeten we er even af, langs vishandel Jos, waar tot oktober 2019 een zwerfkei met heimwee lag. Kunstenaar Bart Eysink Smeets heeft 'm naar huis gebracht, 1440 kilometer verderop in de Svenskofone Finse archipel Åland. De route vervolgt via de N36, N350, N347 en de N18 die overgaat in de A18, tot knooppunt Oud-Dijk.

We steken door Elten, aan de noordoever van de Rijn, dat tussen 23 april 1949 en 1 augustus 1963 Nederlands was. Het dorp werd op 31 juli 1963 vol geparkeerd met Nederlandse botertransporten om 50 miljoen gulden aan invoerrechten te omzeilen.

Nog eens twee uur rijden verder treffen we nog zo’n grensgevalletje: Selfkant. Ook dit gebiedje van zo’n 50 vierkante kilometer is op 23 april 1949 door Nederland geannexeerd, om in maart 1960 weer Duits geworden. Tegenwoordig vind je aan de herstelde Duitse grens de Westzipfel: het meest westelijke punt van Duitsland, midden in de Roode Beek.

Van hier leidt de weg dwars door de EU-regio of voormalige oostelijke mijnstreek. In het Elzetterbos in Mechelen, Zuid-Limburg — via de abdij St. Benedictusberg (Martjan Kuit sliep hier!) — vinden we een zuidelijke zwerfkei: de DiekeSjtee.
Geen getreuzel nu, hop hop, via de haarspeldbochten van Camerig en de asperges van landgoed Wingberg naar — pff — het prozaïsch genaamde KleinKuttingen, tussen het Waalse Sippenaken en Beusdael, gelegen in de gemeente Gulpen-Wittem.

In de schaduw een 175 jaar oude wintereik staat grenspaal 12 het zuidelijkste punt van het land te markeren: 50.7504, 5.9151. Dat is het. Dit is het dieptepunt windrichtingsgewijs des lands. En je moet er gelijk Frans praten.

Snel door naar het westen, zeewaarts!

Bjorn de Leeuw © 23-05-2025


Kronkelpaadje #5 : Eastern Promises

Vorige week rondden we de Noordkaap, vandaag hoeven we de provincie niet eens uit om een tweede nationaal extreem te toucheren.

Poort Kaap Noord en G[rens]P[aal]196 vind je allebei in Groningen, een provincie die door hardcore Friezen nog altijd als culturele dwaling wordt beklaagd, een barbaarse onderbreking van het Friese continuüm langs de Waddenzee. De Saksen — genoemd naar hun favoriete steekwapen, de ‘seax’, wat ook het epitheton increpans 'messentrekkers' voor Friezen uit de oostelijk gelegen Wâlden kan verklaren — delen hier de lakens uit. Voorzichtigheid is dus geboden!

GP196 markeert een eeuwenoude afscheiding dwars door het oude Reiderland, waarvan in de 15e eeuw bepaald werd dat het westelijk deel aan Groningen toebehoorde en het oostelijk aan de graaf van Ostfriesland. In de tussentijd heeft de strijd met het water en de katholieken zijn landschappelijke sporen achtergelaten. Dorpen zijn verdronken, grenzen zijn bevochten, maar nu kun je dankzij Barry Madlener wél met 130 km/u het land uit scheuren via het met zoab afgezoomd hoornvormig aanhangsel dat Rijksweg 7 heet. En nét ten zuiden van die A7, voor je het Wymeerer Sieltief oversteekt, staat GP196.

Genoeg geleuterd, in de benen. Onderweg is er van alles te zien. Vanaf Poort Kaap Noord gloort al zichtbaar aan de oostelijke horizon de niet onomstreden — want vies — Eemshaven kolencentrale. Ook de in de Eemshaven gebouwde datacenters van Google houden de gemoederen bezig. Die zullen op termijn gevoed worden met windenergie van de Noordzee, waarvoor minister van Klimaat en Groene Groei Sophie Hermans een stroomkabel door UNESCO werelderfgoed en waddeneiland Schiermonnikoog wil graven. Lekker groen!

Voorbij het gehavende Delfzijl liggen de restanten van de ontvolkte dorpjes Weiwerd (een radiaal stratenplan), Heveskes (een kerk met -hof) en Oterdum (een begraafplaats op een dijk). De industrialisatie moest hier welvaart aanbrengen, maar het liep anders. Ook het Dollardkanaal kwam niet, 40 miljoen gulden aan investeringen ten spijt.

We vinden troost bij Bakje Doen te Nieuwe Statenzijl en via Oude Statenzijl en Oudezijl verzeilen we in Bad Nieuweschans — de Oostpoort van Vesting Nederland. Dan langs de OK Express naar het bruggetje over het Wymeerer Sieltief,… om daar het meest oostelijke punt van Nederland nét niet te kunnen zien. Dat ligt namelijk verschanst aan de zuidkant van de A7 en daar kom je van hier niet.

Om de meest oostelijke grenspaal te bezoeken moet je nog 5,6 kilometer door het Ostfrisische dorp Bunde kronkelen (niet te verwarren met Bunde gemeente Meerssen, Zuid-Limburg). Aan de andere kant van de A7 uitgekomen ligt GP196 verscholen in het struikgewas.

Door de wind, door de regen,... dwars door de leegte en de doornstruiken heen vraag je je misschien af waar je dit allemaal voor doet. Het gaat niet om de bestemming. Het gaat om de reis. En die reis gaat nu terug ‘nao ’t deepste zuuje’.

Bjorn de Leeuw © 16-05-2025


Kronkelpaadje #4 : Niets boven Groningen

Het noorden kwijt, buiten westen of gedes-oriënt-eerd zijn, ‘going south’,… alle windrichtingen vertegenwoordigd om uit te drukken dat het beter kan. Dispereert niet! Heil wordt geboden met Kronkelpaadjes Part IV: Expeditie Noord. Dit is de eerste van vier nationaal-extremistische verkenningen richting de uithoeken van het Nederlandse vasteland. Met culinaire flair!

???? Vorige week vonden we het midden in de schaduw van de Lange Jan te Amersfoort. In 2024 vierde lokale patatbakker Frituur Van Gogh | Amersfoort haar 25-jarig jubileum en dat werd gehuldigd met een speciale snack: de 'Keierbal'. Want Amersfoort Keistad. Snacksperts denken dan: is dat geen Gronings erfgoed? Ja en nee. In Groningen serveren ze inderdaad de eierbal: een hardgekookt ei in een gepaneerde ragoutbal. Maar in Venlo doen ze dat ook. Daar betreft het evenwel een half ei en heet het een ‘frietei’, maar beter een half ei,...

Op naar Groningen. Cafetaria Koning aan de Bedumerweg is een bezoek zeker waard, vraag het maar aan hiske versprille, maar het geheime eierbalrecept van de familie Ritsema (€2,50) wint het niet van de Keierbal. Ook de ballen die je tot 6 uur 's ochtends bij de BigSnackHoek op de Grote Markt kunt krijgen (€3,20) leggen het af tegen de Amersfoortse. Jandazzenboudel!

Verlaten we dan elke vorm van culinaire kwaliteit, op weg naar het noorden? Het Hogeland — home of de poffert — is geen San Sebastian. Hotel Dijkzicht serveert maaltijden slechts op verzoek. Chin.Ind.Rest Golden Garden in Roodeschool, het noordelijkste van het vasteland (Hong Yun op Ameland takes the cake), staat al sinds 2018 leeg.

Kop d'r veur en typisch Grunnegs (d.i. nuchter) noordwaarts af op PoortKaapNoord. Zo heet het kunstwerk dat sinds 2002 de kop van het Hogeland markeert, al wordt het ook wel 'De Hemelpoort' genoemd. Groninger kunstenaar — zelf zegt hij ‘ruimtelijk vormgever’ — René de Boer maakte het voor een beeldentuin, maar het werd al snel door de gemeente Eemsmond gekaapt om als noordijzer te dienen.

Het Cortenstalen beeld staat op Uithuizermeedense grond. Het is 286 centimeter hoog en weegt 550 kilo. Cortenstaal corrodeert niet en dat is maar goed ook, want het kan hier guur zijn! Vanaf deze plek, die je alleen te voet of met stevig fietsen kunt bereiken, kijk je uit over het wad, de horizon en de hemel. En veel niks. 't Is hier niet bepaald 'altied wat aans'.

Verder kunnen we niet, dus we moeten nu hoe dan ook terug. Wandel je 11,6 kilometer de weinig enerverende Waddendijk linksaf uit, dan kom je bij Café ‘t Zielhoes, waar je tot zes uur tosti’s, uitsmijters en bruin fruit kunt krijgen. Maar dat moet een andere keer, want deze kronkelpaadjes lopen met de klok mee en wijzen ons dus het oosten. Het oostelijke extreem is niet eens zo ver: slechts twaalf uur lopen. 't Het mooi west, in de benen!

We oriënteren op de Oost. Onderweg wacht ons weer het één en ander aan eigenaardigheden. Op roakeldais!

Bjorn de Leeuw © 09-05-2025


Kronkelpaadje #3 : Hart van het land

Even centraal!

Na het diepte- en het hoogtepunt is het tijd voor wat meer middelmaat. Kronkelpaadjes episode III brengt ons naar een nieuw ‘beginnetje’: een nulpunt om te herijken op het Hart van Nederland.

Whize, een marketingtool voor adverteerders, wijst Alphen aan den Rijn en Alkmaar aan als de meest gemiddelde gemeenten van Nederland. Een cultureel gemiddelde, dat is natuurlijk niet wat we zoeken. Op de 52e plaats in deze dubieuze ranglijst staat Amersfoort, waar een groot kruis staat getekend in het straatwerk rond de Lange Jan, de eenzame kerktoren aan het Lieve Vrouwekerkhof. X marks the spot: dit is het centrale ankerpunt van kadastraal Nederland.

Een denkbeeldig raster over het land, de Rijksdriehoekmeting, drukt elke plek in Nederland uit in een coördinatenstelsel. De Lange Jan — stelselpunt Amersfoort — staat op punt 155000, 463000. ‘Dat is toch geen midden?’ Nou, om verticale en horizontale waardes niet te verwarren is de hoogste x-coördinaat altijd kleiner dan de laagste y-coördinaat. De oorsprong van dit stelsel — punt 0,0 — ligt dus vér buiten Nederland, zeven uur rijden van Amersfoort, in een Frans weiland tussen de dorpjes Cézy en La Celle-Saint-Cyr. Om de hoek bij het landgoed en de laatste rustplaats van Alain Delon.

Maar ik dwaal af,… noem het middelpuntvliedende kracht. Amersfoorts hoogste kerktoren het centrum, klopt dat? Nee, natuurlijk niet. Het is ingewikkelder. De locatie van het landsmidden hangt af van eb en vloed en of je overzeese gebieden meerekent, of zelfs de Wadden. In het kader van de ‘aardigheid’ hou ik het bij het vasteland.

Trek je een cirkel waar de Zeeuwse Lapscheurse Gatpolder en de Groningse Eemshaven precies in passen, dan valt de punt van de passer in het pand van Applied Medical aan de Zonnecel 7 in, ja, toch weer Amersfoort. Dwing je het vasteland van Nederland in een rechthoek, dan tekent het kruispunt van de diagonalen zich af aan de Amersfoortseweg in Huis ter Heide, tegenover huisnummer 12. Toch akelig dicht in de buurt van de Lange Jan.

Maar er zijn nog meer (zelfverklaarde) kandidaten. Het Veluwse Lunteren maakt aanspraak. Een forse steen bovenop de plaatselijke Lindeboomsberg zou het centrum zijn. Op 16 oktober 1965 onthulde de heer J. Veth, voorzitter van de plaatselijke VVV, een stenig monument als ‘Middelpunt van Nederland’. Voorchristelijke zonaanbidders met geodetisch talent zouden deze locatie hebben uitverkoren. En dan ligt zo’n 20 kilometer noordwaarts nog een steen met een ijzeren ring eraan. Theatermaker Harrie Hageman heeft hem er laten neerleggen om het ‘zwaartepunt van Nederland’ te markeren. ’Til het land aan dit punt op en niemand zal het merken’, uitgaande van een uitgelekt land.

Ook het midden vinden blijkt een uitdaging. Trek wat lijntjes en je komt in de buurt. Daar ergens ligt de waarheid. Vanuit (ongeveer) het midden maken we een viertal excentrische bewegingen. In het kader van nationaal extremisme is onze volgende stop: de Noordkaap!

Bjorn de Leeuw © 02-05-2025


Kronkelpaadje #2 : River deep, mountain high

Een week geleden stonden we op de bodem van het land. Vandaag verheffen we ons tot de duizelingwekkende hoogte van de Vaalserberg. Laagste. Hoogste. In de pocket.

Ons tweede kronkelpad leidt ons naar de Vaalserberg, in het uiterste zuiden van het land. (Het úiterste zuiden? Nee…) Op de weg naar boven zijn we in goed gezelschap. Vandaag, 25 april, maar dan in 1953, begeleidde Sherpa Tenzing Norgay bergbeklimmer Edmund Hillary richting de top van de Mount Everest. Ze zouden die pas op 29 mei bereiken, na een barre tocht.

De Vaalserberg bedwingen is een mindere uitdaging, maar helemaal vanzelf gaat het niet. De reis van de vloer naar de nok van Nederland wordt namelijk vooral in de weg gestaan door semantische bezwaren. Want een ‘berg’, wat is dat precies? En ‘Nederland’, wat verstaan we daaronder?

‘Berg’ is geen beschermde term. De literatuur rept van flanken, hellingen, ‘dominantie’ en ‘prominentie’. Oftewel: er is geen hoger punt in de buurt over een zekere afstand. Daar gaat het op onze nationale top gelijk al mis, want de Vaalserberg blijft over de grens hoogte maken.

???????? ‘Nederland’ is één van vier landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Binnen Nederland liggen sinds 10 oktober 2010 ook nog drie bijzondere gemeenten. Het eiland Saba, 7000 kilometer verderop, is er daar één van. Hier vinden we Mount Scenery: met 870 meter het onbetwiste hoogtepunt van het Koninkrijk. Maar laten we het klein houden.

Op de Vaalserberg is in 1896, ter viering van het hoogtepunt, een symbolische steen geplaatst die er op meerdere vlakken naast zit. Het opschrift van deze steen leest 322,5 meter, maar de feitelijke hoogte is 321,9 meter. Higher ground vinden we een spreekwoordelijke worp verderop: precies tegen de Belgische grens op het Drielandenpunt. Daar tellen we uiteindelijk 322,38 hoogtemeters.

Maar wacht, er is meer! Op zondag 25 augustus 2024 voer de officiële First International Vaalserberg Expedition uit en werd de échte top gevonden — in België — en vastgesteld op 339,6 meter. Dat dat punt zo lang op officiële status heeft moeten wachten laat zich verklaren door onze preoccupatie met laagte, de noodzaak die omwille van ons lijfsbehoud exact in kaart te brengen en ons volksaardsgewijze ongemak met uit de hoogte doen. Wij zijn een volk van modderkruipers.

Als je de Vaalserberg niet hoog genoeg vindt, dan kun je in de directe nabijheid terecht bij twee uitkijktorens. De in 2011 nieuw opgeleverde Wilhelminatoren aan de Viergrenzenweg brengt je naar 353,5 meter boven NAP. De Belgische, wat aftands ogende Boudewijntoren reikt nóg 20 meter hoger. Dan ben je horizontaal waterpas met de hoogste constructie van ‘nauwer’ Nederland: de Gerbrandy-zendmast in IJsselstein. Daar gaat niks boven.

Wij kronkelen terug. Voor onze volgende stop dalen we weer af naar lager oorden. Hajje en tot kijk!

Bjorn de Leeuw © 25-04-2025


Kronkelpaadje #1 : Van op de bodem

'Submitted for your approval': het vertrekpunt van het eerste kronkelpaadje in een reeks van nog onvermoede proporties. Je moet onderaan beginnen, bij de oorsprong, in de diepte, op het nulpunt. Benéden het nulpunt! De bodem! Van dáár kunnen we alleen nog maar omhóóg. Richting het licht.

⬇ De huidige bodem van ons ‘oneindig laagland’ ligt langs snelweg A20, bij Nieuwerkerk aan den IJssel. Het betreft de voormalige Zuidplas. Dit meer ontstond door eeuwenlange veenafgraving en werd drooggemalen in 1841. Inklinking had verdere bodemdaling tot gevolg en op 29 juni 1995 verklaarde minister Jorritsma dat 51°59’13” noorderbreedte 4°38’9” oosterlengte, in de achtertuin van Van Vliet Automobielbedrijven B.V., officieel het laagste punt van Nederland was.

Dit heuglijke feit werd door de heer B.C. van Vliet sr. aangegrepen om op zijn bedrijfsterrein een ludiek monument op te richten. Het werd precies 27 jaar geleden, op 18 april 1998, onthuld door Commissaris van de Koningin van dienst mevrouw Leemhuis-Stout. De argeloze voorbijganger cq. kronkelpelgrim vindt het monument voor le point le plus bas des Pays-Bas in vier talen geduid op speciaal geplaatste doch enigszins gedateerde bordjes langs de Parallelweg-Zuid. De voet van het monument vermeldt een achterhaalde 6,74 meter beneden Normaal Amsterdams Peil. Volgens de meest recente kalibratie, eind 2017, moet dat inmiddels -6,78 zijn.

Er wordt gewerkt aan verbreding van de A20. Dat zal ongetwijfeld gevolgen hebben voor het monument en er zal grond verzet worden. Dan verhuist het laagste punt wellicht naar het nabijgelegen ‘Vierkant Eiland in de Plas’. Dit monumentale kunstwerk markeert de vooralsnog op één na laagste plek — 6,67 meter onder NAP — en is te vinden in de Rotterdamse wijk Prinsenland.

Een derde verwante laagte is te vinden in Waddinxveen. Deze is eveneens voorzien van een begeleidend kunstwerk en staat bekend als ’De Vergeten Plek’. Het polderwaterpeil is hier maximaal teruggedrongen en tikt 7,10 meter beneden NAP aan. Maar dat telt niet.

Terug naar de drooggemalen badkuip aan de A20. Die krijgt straks nieuw elan in de vorm van genoemde verbreding én nieuwe buren! Klimaatgedoetjes ten spijt verrijst op een pijlschot van het laagste punt straks het ‘Vijfde Dorp’ van de gemeente Zuidplas. Cortelande gaat het heten. Dat zal — tongue in cheek — eerder een tijd- dan een lengtemaat zijn. Wellicht tegen die tijd een halte op ons kronkelpad?

We zijn vertrokken, de bodem is aangetikt, de doorkruistocht aangevangen — en wie weet is met Cortelande al een voorschotje genomen op wat komen gaat… Afijn, we kronkelen ons een weg naar boven, op naar de volgende statie.

Bjorn de Leeuw © 18-04-2025